| |
Kasteel Cleydael behoort tot de best bewaarde waterburchten van België. Het is gelegen op een kleiachtig eiland tussen de armen van de Grote Struisbeek, een locatie die in de dertiende eeuw bewust werd gekozen omwille van haar strategische en defensieve kwaliteiten. De benaming Cleydael verwijst vermoedelijk naar de aard van de ondergrond en het omliggende landschap.
Het waterslot wordt voor het eerst vermeld in 1259 en was toen in bezit van de familie Sanders. Deze familie behield het leengoed gedurende meerdere generaties, maar raakte aan het einde van de veertiende eeuw in ongenade bij de hertog van Brabant en werd onterfd. Het kasteel werd daarop toegewezen aan ridder Geeraert van der Eist. Na de gewelddadige dood van Filips van der Elst in 1401 en de daaropvolgende financiële en politieke neergang van diens familie, keerde Cleydael tijdelijk terug in handen van de Sanders.
In 1459 werd Cornelius Sanders op bevel van hertog Filips de Goede terechtgesteld, waarmee een definitief einde kwam aan de machtspositie van de familie. In de daaropvolgende periode verloor het kasteel zijn residentiële betekenis en raakte het geleidelijk in verval.
Een nieuwe fase in de geschiedenis van Cleydael begon in 1518 met de aankoop door Pieter van der Straeten, een welgestelde Antwerpse burger. Hij liet het vervallen complex herstellen en uitbreiden, waarbij de burcht evolueerde van een louter defensieve structuur naar een meer comfortabele residentie, zonder haar karakter van waterburcht te verliezen.
In 1614 kwam het kasteel in handen van Pieter Hellemans, onder wiens leiding grondige verbouwingen werden uitgevoerd die het gebouw grotendeels zijn huidige vorm gaven. Via het huwelijk van zijn dochter met Frans Paschier van den Cruyce ging het domein over naar een familie die een vooraanstaande rol speelde in het bestuurlijke leven van Antwerpen. Van den Cruyce verwierf het kasteel officieel in 1644 en werd later tot burgemeester benoemd. Gedurende drie generaties bleef Cleydael in hun bezit.
In de achttiende en negentiende eeuw wisselde het kasteel via erfenis en verkoop van eigenaar, onder meer aan de families Peeters, Stier en Van Havre. Vooral onder de familie Van Havre vonden in de negentiende eeuw belangrijke restauraties plaats, gericht op het behoud van het historische en architecturale karakter van de burcht.
Na de Eerste Wereldoorlog werd het domein verworven door de Antwerpse reder Christiaan Sheid. In de loop van de twintigste eeuw kreeg Cleydael een nieuwe functie. In de jaren tachtig werd het omliggende domein heringericht als golfbaan, terwijl de voormalige neerhofgebouwen een horecabestemming kregen. Deze herbestemming gebeurde met behoud van de historische structuur.
Kasteel Cleydael vormt aldus een uitzonderlijk goed bewaard voorbeeld van een middeleeuwse waterburcht, waarin zeven eeuwen politieke, sociale en architecturale geschiedenis op samenhangende wijze zichtbaar blijven. |