| |
Het Domein van Seneffe is een van de meest verfijnde voorbeelden van neoklassieke architectuur in België en weerspiegelt de ambities en het wereldbeeld van de achttiende-eeuwse elite. In 1758 verwierf Julien-Ghislain de Pestre de heerlijkheid van Seneffe van de erfgenamen van de overleden graaf van der Nath. Vastberaden om zijn recent verworven adellijke status te bekronen met een residentie die zijn sociale en economische succes onderstreepte, gaf hij opdracht tot de bouw van een volledig nieuw kasteel.
Voor dit prestigieuze project deed hij een beroep op Laurent-Benoît Dewez, de toonaangevende architect van het neoclassicisme in de Oostenrijkse Nederlanden. De werken begonnen in 1763 en de ruwbouw werd reeds in 1766 voltooid. Dewez ontwierp een streng symmetrisch kasteel dat perfect aansloot bij de idealen van orde, rationaliteit en harmonie die de Verlichting kenmerkten.
Julien-Ghislain de Pestre was de zoon van een vermogende handelaar uit Ath en had zelf een indrukwekkend fortuin opgebouwd via de internationale handel, onder meer dankzij zijn betrokkenheid bij de Indische Compagnie. Zijn maatschappelijke opgang werd bekroond in 1744 met zijn verheffing in de adelstand en in 1768 met de titel van graaf van Seneffe. Zijn huwelijk met Isabelle-Claire Cogels, dochter van een invloedrijke Antwerpse bankier, versterkte zijn financiële en sociale positie nog verder.
Na zijn overlijden in 1774 zetten zijn weduwe en hun zoon Joseph de werkzaamheden voort. Zij voltooiden de verfijnde interieurs en lieten het park aanleggen, dat zorgvuldig werd ontworpen om het kasteel te omkaderen en de architectuur te versterken. Zo kreeg het domein stap voor stap de elegante samenhang en grandeur die het vandaag nog steeds uitstralen.
In de negentiende eeuw kende het kasteel een woelige geschiedenis en wisselde het meerdere malen van eigenaar. Tot deze eigenaars behoorden baron Alexandre Daminet en zijn zoon Adolphe, die huwde met Joséphine van der Burch, afkomstig van de burcht van Écaussinnes-Lalaing. Financiële tegenslagen dwongen hun afstammelinge Valérie Daminet, echtgenote van graaf de Pellan, om het kasteel in 1888 te verkopen. De nieuwe eigenares, barones Marie-Thérèse Goffinet, bleef er wonen tot haar overlijden.
In 1909 werd het domein aangekocht door de bankier en industrieel Franz Phillipson. Hij liet het kasteel grondig restaureren en voegde een elegant paviljoen in Lodewijk XVI-stijl toe, dat het ensemble verder verrijkte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest de familie Phillipson België ontvluchten. Het kasteel werd door Duitse troepen bezet, wat het paradoxaal genoeg behoedde voor bombardementen. Na de bevrijding werd het echter geplunderd door omwonenden. Bij hun terugkeer trof de familie het domein in een schrijnende toestand aan en besloot het te verkopen.
Tussen 1952 en 1963 werd het domein bewoond door een kloostergemeenschap die er een college van het Heilig Hart wilde vestigen. Na hun vertrek kwam het kasteel in handen van een vastgoedspeculant met plannen tot verkaveling. Het gebouw raakte ernstig in verval en ontsnapte slechts nipt aan onteigening en mogelijke afbraak.
In 1970 werd het Domein van Seneffe uiteindelijk eigendom van de staat. Er werd een grootschalige restauratiecampagne opgestart onder leiding van de architecten Degand en Baltus, in samenwerking met tuinarchitect René Pechère. Met grote zorg werd het kasteel hersteld in zijn achttiende-eeuwse glorie, terwijl ook het park opnieuw werd vormgegeven volgens historische principes.
Op 29 augustus 1994 werden de restauratiewerken officieel voltooid. Het kasteel kreeg een nieuwe bestemming als Museum voor de Zilverkunst, waar bezoekers niet alleen een uitzonderlijke collectie kunnen bewonderen, maar ook worden ondergedompeld in de esthetiek, het denken en de levensstijl van de Verlichting. Vandaag maakt het Domein van Seneffe deel uit van de Federatie Wallonië-Brussel en blijft het een schitterende getuige van de intellectuele en artistieke bloei van het neoklassieke tijdperk. |