| |
Historische archivalische bronnen vermelden het domein voor het eerst in 1770. In deze periode maakte het deel uit van het omvangrijke grondbezit van de Sint-Pietersabdij van Oudenburg, een abdij die sinds de middeleeuwen een belangrijke rol speelde in het religieuze en economische leven van de kuststreek en het hinterland. Tijdens de Franse bezetting aan het einde van de 18de eeuw werden de kerkelijke goederen aangeslagen, verbeurd verklaard en als nationaal bezit verkocht, waardoor het domein zijn religieuze functie en eigenaar verloor.
In 1789 verwierf Jean-Baptiste Serruys, een invloedrijke Oostendse politicus en burgemeester, het domein. Serruys liet er een representatief kasteel optrekken met een U-vormig grondplan, een bouwvorm die in deze periode populair was bij de gegoede burgerij en de bestuurlijke elite. Het nieuwe gebouw fungeerde zowel als buitenverblijf als symbool van maatschappelijke status en macht, passend binnen de opkomende traditie van landelijke residenties voor stedelijke elites.
In 1859 liet de familie Serruys het kasteel uitbreiden. Tijdens deze bouwcampagne werd onder meer de karakteristieke toren toegevoegd, die het silhouet van het gebouw versterkte en het een meer uitgesproken statig en pittoresk karakter gaf. Deze ingreep weerspiegelt de 19de-eeuwse neiging om oudere kastelen en landhuizen te verfraaien en te vergroten in functie van comfort, representatie en veranderende architecturale smaak.
In de tweede helft van de 19de eeuw wisselde het kasteel meerdere malen van eigenaar. In 1879 kwam het domein in handen van Augustus Carbon-David uit Oostende, waarna het in 1891 werd verworven door de Brugse advocaat Karel Wodon-Breydel. Deze opeenvolgende eigendomsoverdrachten illustreren hoe het kasteel zich bewoog tussen adellijke en burgerlijke elites, voor wie dergelijke domeinen zowel een investering als een statussymbool vormden.
Rond 1920 werd het domein aangekocht door de adellijke familie Lantonnois van Rode. Onder hun bewind onderging het kasteel opnieuw diverse aanpassingen en uitbreidingen, waaronder belangrijke verbouwingswerken in 1930. De familie gaf het domein een uitgesproken economische nevenfunctie door in de bijgebouwen een diamantslijperij onder te brengen. Deze activiteit, die tot het begin van de Tweede Wereldoorlog in werking bleef, vormt een opmerkelijk voorbeeld van de vermenging van residentiële, adellijke wooncultuur met industriële bedrijvigheid in het interbellum.
Na de Tweede Wereldoorlog verloor het domein geleidelijk zijn industriële functie en evolueerde het opnieuw naar een louter residentieel en later recreatief gebruik. Vandaag staat het kasteel bekend als het kasteel Lantonnois van Rode, of het Doolboskasteel. Het is eigendom van Yannick Haerens en wordt gebruikt als eventlocatie.
Het kasteel draagt de sporen van meer dan twee eeuwen geschiedenis, waarin religieus bezit, burgerlijke en adellijke bewoning, industriële activiteit en hedendaags hergebruik elkaar hebben opgevolgd. Deze gelaagde ontwikkeling verleent het domein een bijzondere historische en erfgoedwaarde binnen het regionale landschap.
|