| |
|
|
|
| Kruikenburg |
 |
|
| |
Toen de heren van Wezemaal in het begin van de twaalfde eeuw, al dan niet in opdracht van de hertog van Leuven, trachtten hun gezag uit te breiden over de bossen en woeste gronden van Wanbeek, botsten zij op de belangen van de abdij van Nijvel, aan wie deze uitgestrekte gebieden toebehoorden. In het kader van dit machtsconflict lieten zij in het noorden van Wambeek een wachttoren oprichten, op het grondgebied van het huidige Ternat. Deze versterking vormde een vooruitgeschoven post aan de rand van het graafschap Vlaanderen en had niet alleen een lokaal defensief doel, maar ook een uitgesproken strategische en politieke betekenis voor het hertogdom Brabant, dat in deze periode zijn grenzen en invloedssfeer actief trachtte te consolideren.
De wachttoren groeide in de loop van de volgende eeuwen uit tot de kern van wat later het domein van Kruikenburg zou worden. In de veertiende eeuw kwam het goed in handen van ridder Everaart ’t Serclaes (1320–1388), schepen van de stad Brussel en een van de meest markante figuren uit de Brabantse geschiedenis. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de gebeurtenissen van 1356, toen hij een doorslaggevende rol speelde bij de bevrijding van Brussel. In dat jaar wist hij, samen met enkele gezellen, het Vlaamse garnizoen dat de stad bezet hield in opdracht van graaf Lodewijk van Male, te verdrijven. Dit gewaagde optreden maakte een einde aan de Vlaamse bezetting en droeg er volgens talrijke historici toe bij dat het hertogdom Brabant zijn politieke zelfstandigheid behield en niet bij Vlaanderen werd ingelijfd.
Na deze gebeurtenissen verwierf Everaart ’t Serclaes de heerlijkheid Kruikenburg. Hij liet de bestaande versterking omvormen tot een omwald woonkasteel, waarbij de oorspronkelijke militaire functie werd aangevuld met residentiële elementen. Het kasteel werd zo een adellijke verblijfplaats die zowel bescherming bood als de sociale status van zijn eigenaar weerspiegelde.
Vanaf de zestiende eeuw tot diep in de negentiende eeuw bleef het domein in handen van de familie de Fourneau. Onder hun langdurig bewind onderging Kruikenburg ingrijpende veranderingen. Het kasteel werd aanzienlijk uitgebreid en aangepast aan de noden en smaken van opeenvolgende generaties. In de achttiende eeuw vond een grondige verbouwing plaats waarbij het geheel werd omgevormd tot een classicistisch woonkasteel. Daarbij verdwenen veel middeleeuwse verdedigingskenmerken of raakten zij op de achtergrond, ten voordele van comfort, symmetrie en representatieve architectuur die aansloot bij de esthetische idealen van de tijd.
In de twintigste eeuw kreeg het domein een nieuwe bestemming. Het kasteel kwam in handen van de Broeders van de Christelijke Scholen, die er het Sint-Jozefsinstituut vestigden. Hiermee begon een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Kruikenburg, waarin het voormalige adellijke domein een educatieve en maatschappelijke rol ging vervullen.
Tot op vandaag blijft het kasteel van Kruikenburg een markante getuige van de geschiedenis van Ternat. Het illustreert op exemplarische wijze de evolutie van een vroege middeleeuwse wachttoren tot een adellijke residentie en uiteindelijk tot een religieus en pedagogisch centrum, waarbij elke periode haar sporen naliet in het landschap en het gebouw zelf. |
| |
Gemeente Ternat
Kasteel niet toegankelijk |
| |
|
|
|
|