| |
|
|
|
| Kasteel de Viron |
 |
|
| |
De Sint-Alenatoren, gelegen op het eiland voor het huidige kasteel-gemeentehuis van Dilbeek, vormt een schilderachtig en betekenisvol overblijfsel van een middeleeuwse waterburcht uit de dertiende eeuw. Deze toren is het laatste tastbare restant van het oorspronkelijke waterslot dat hier ooit het landschap en de machtsstructuur bepaalde. Volgens de lokale legende zou Sint-Alena, dochter van de Frankische vorst Levold, hier aan het einde van de zevende eeuw hebben gewoond, wat de plek een bijzondere sacraal-historische dimensie verleent. Historisch verifieerbaar is in elk geval dat de familie de Heetvelde tot de vroegst bekende bewoners van het kasteelcomplex behoorde.
In 1695 werd het toenmalige kasteel zwaar getroffen door een verwoestende brand. De familie Malo liet het nadien heropbouwen, waarmee een nieuwe bouwfase werd ingeluid. Begin negentiende eeuw, in 1804, kwam het domein in handen van baron Jean-Bernard de Viron. Zijn zoon, Guillaume de Viron de Diéval, zette de ontwikkeling van het landgoed voort en gaf in 1851 opdracht aan de vermaarde architect Jean-Pierre Cluysenaar om nieuwe stallen en een koetshuis op te trekken. Deze ingrepen pasten in de ambitie om het domein te moderniseren en te verheffen tot een eigentijdse adellijke residentie.
Het meest ingrijpende moment in de bouwgeschiedenis volgde in 1862, toen Théodore de Viron, zoon van Guillaume, Cluysenaar belastte met het ontwerp van een volledig nieuw kasteel op de hoger gelegen heuvel. Het oude waterslot werd daarbij grotendeels afgebroken. Enkel de Sint-Alenatoren bleef behouden en kreeg voortaan de functie van historisch ankerpunt en visuele herinnering aan het middeleeuwse verleden van de site.
Het nieuwe kasteel onderscheidt zich door zijn speelse, bijna sprookjesachtige architectuur. Dominante verticale accenten, gecombineerd met een rijk materiaalgebruik van rode baksteen, blauwe hardsteen en witte zandsteen, verlenen het gebouw een levendig en tegelijk statig karakter. De vier uitspringende hoektorens met hun peervormige bekroningen bepalen in hoge mate het silhouet. In totaal telt het kasteel twaalf torens, tweeënvijftig vertrekken, driehonderdvijfenzestig ramen en zeven trappen. Volgens de overlevering verwijzen deze aantallen symbolisch naar de Juliaanse kalender — twaalf maanden, tweeënvijftig weken, driehonderdvijfenzestig dagen en zeven dagen per week — waardoor het gebouw niet alleen een architecturale, maar ook een bijna kosmische ordening belichaamt.
In 1921 verwierf de gemeente Dilbeek het kasteel, dat sindsdien dienstdoet als gemeentehuis. Met deze nieuwe bestemming kreeg het voormalige adellijke domein een uitgesproken publieke functie en werd het opnieuw het bestuurlijke hart van de gemeenschap. Zo verbindt de site vandaag op unieke wijze legende en geschiedenis, middeleeuwse resten en negentiende-eeuwse fantasiearchitectuur, met een levendige rol in het hedendaagse Dilbeek. |
| |
Gemeente Dilbeek
Kasteel is thans gemeentehuis |
| |
|
|
|
|