| |
Het kasteel Gravenhof werd in 1649 opgetrokken in opdracht van baron Le Roy en kende aanvankelijk de typische vorm van een klassiek waterkasteel. Het gebouw was volledig omgeven door grachten en slechts bereikbaar via een ophaalbrug, wat zowel bescherming als prestige verleende. Gedurende meer dan twee eeuwen fungeerde het Gravenhof als residentie van verschillende vooraanstaande families uit de regio en groeide het uit tot een lokaal machts- en ontmoetingscentrum, waar sociale status en representatie centraal stonden.
In de loop van de negentiende eeuw onderging het kasteel een ingrijpende architecturale verfraaiing. Vier hoektorens werden toegevoegd, waardoor het silhouet aanzienlijk werd versterkt en het gebouw een romantischer en monumentaler uitstraling kreeg. Deze toevoegingen sloten aan bij de toenmalige smaak voor historiserende architectuur en verleenden het Gravenhof het markante voorkomen dat het vandaag nog steeds kenmerkt.
Na het vertrek van de laatste graaf uit Dworp in 1914 brak een woelige periode aan in de geschiedenis van het kasteel. Tijdens zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw gevorderd en in gebruik genomen door Duitse troepen. Na de bevrijding kreeg het Gravenhof achtereenvolgens nieuwe, tijdelijke functies: het diende als opvangplaats voor Russische krijgsgevangenen en later als verblijf voor een Amerikaanse organisatie die zich inzette voor de zorg van oorlogswezen. Deze opeenvolgende bestemmingen lieten hun sporen na op het gebouw, dat steeds minder aandacht en onderhoud kreeg.
In de daaropvolgende decennia raakte het kasteel geleidelijk in verval. Het bleef lange tijd onbewoond en sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog werden geen structurele instandhoudingswerken meer uitgevoerd. Het ooit zo statige domein bood daardoor een verwaarloosde aanblik en leek zijn vroegere grandeur definitief te hebben verloren.
Een keerpunt kwam op 9 augustus 1962, toen Piet Demol het kasteel samen met 4,5 hectare van het domein aankocht van barones d’Anethan. De resterende achttien hectare werden verworven door de F.I.V.B. in Brussel en verkaveld in 136 bouwloten. Met toewijding, visie en vakmanschap begon Piet Demol aan een grondige restauratie van het Gravenhof. Stap voor stap werd het gebouw hersteld, met respect voor zijn historische karakter en architecturale eigenheid, zodat het zijn oorspronkelijke pracht en waardigheid kon herwinnen.
Vandaag presenteert het Gravenhof zich als een veelzijdig en levendig gebouwencomplex, waar historisch erfgoed en hedendaagse gastvrijheid elkaar ontmoeten. Het kasteel vervult meerdere functies en herbergt onder meer een hotel, een brasserie en ruimtes voor seminaries, feesten en banketten. Zo heeft het Gravenhof opnieuw een centrale plaats verworven in het maatschappelijke leven, niet langer als adellijke residentie, maar als een gastvrije plek waar verleden en heden harmonieus samenkomen. |