| |
Op de locatie van het huidige Mariadalcomplex, gelegen in het gemeentelijke park van Zaventem, bevond zich in de 15de eeuw een pachthof dat als leen rechtstreeks ressorteerde onder de hertog van Brabant. Dit hof maakte oorspronkelijk deel uit van het domein van het nabijgelegen slot ter Meeren, dat eigendom was van de heren van Zaventem en fungeerde als bestuurlijk en feodaal centrum van de heerlijkheid. Het pachthof stond in deze vroege periode volledig onder het gezag van dit slot en vervulde een uitgesproken agrarische en economische functie binnen het domeinbeheer.
Door opeenvolgende erfdelingen en eigendomssplitsingen verloor het hof echter geleidelijk zijn rechtstreekse afhankelijkheid van het slot ter Meeren. Hierdoor ontwikkelde het zich tot een afzonderlijke entiteit met een eigen beheersstructuur en geschiedenis. In de loop van de 16de eeuw werd het hof formeel opgesplitst in twee afzonderlijke delen: een buitengoed met residentieel karakter en een landbouwhoeve. Beide delen werden afzonderlijk verkocht aan Brusselse edellieden, wat wijst op een toenemende belangstelling van de stedelijke elite voor buitenverblijven in de groene rand rond Brussel. In de 17de eeuw kwamen deze gesplitste eigendommen opnieuw in één hand terecht, waardoor het domein opnieuw werd herenigd.
Uit deze periode dateert een belangrijk bewaard gebleven bouwdeel van het voormalige pachthof, dat toen bekendstond als het hof van Ophem. Dit is het langsgebouw met poortdoorgang, opgetrokken in lokale witte zandsteen, een materiaal dat typerend is voor de streek. Het gebouw telt twee bouwlagen en wordt afgedekt door een gebogen zadeldak met kleine dakkapellen. Aan een van de zijgevels bevindt zich een trapgevel met rechthoekige muuropeningen, die getuigt van de sobere maar verzorgde bouwstijl van de 17de eeuw. Dit gebouwdeel bleef doorheen latere verbouwingen bewaard en werd in de 20ste eeuw gerestaureerd. Vandaag vormt het een waardevol historisch relict waarin diverse culturele activiteiten zijn ondergebracht.
In 1896 werd de hoeve van Ophem aangekocht door baron Emile de Munck, een archeoloog met bijzondere belangstelling voor het lokale verleden. In de onmiddellijke omgeving voerde hij archeologische opgravingen uit, waarbij onder meer Romeinse resten en vondsten aan het licht kwamen, wat wijst op een veel oudere bewoningsgeschiedenis van het gebied. De Munck besloot het grootste deel van de bestaande hoeve af te breken. Op de oorspronkelijke zandstenen funderingen liet hij een nieuw kasteel optrekken, dat de naam Mariadal kreeg. Dit nieuwe gebouw werd uitgevoerd in baksteen en opgevat als een statig maar functioneel landhuis.
Het kasteel Mariadal telt twee bouwlagen en zeven traveeën, waarvan één wordt geaccentueerd door een ronde toren, die het geheel een licht romantiserend karakter verleent. Het zadeldak is voorzien van meerdere dakkapellen, wat zorgt voor een levendig daklandschap. Hoewel het kasteel geen uitgesproken monumentale stijl vertoont, sluit het aan bij de laat-19de-eeuwse traditie van landelijke residenties voor de gegoede burgerij en adel.
In 1920 kwam het kasteel in handen van P.J. Gonze, die het omliggende park liet aanleggen en zo het landschappelijke kader van het domein vormgaf. In 1937 werd Mariadal aangekocht door de gemeente Zaventem, waarmee het domein een publieke bestemming kreeg. In de daaropvolgende decennia vervulde het complex uiteenlopende functies, waaronder die van rijksmiddelbareschool, horecagelegenheid en huisvesting van diensten van het O.C.M.W.
Na een grondige verbouwing en restauratie werd het Mariadalcomplex in 1988 heropend als cultureel ontmoetingscentrum. Daarmee werd de historische site opnieuw geïntegreerd in het sociale en culturele leven van de gemeente. Vandaag huisvest het kasteel de brasserie Mariadal, terwijl het omliggende park en de gerestaureerde historische gebouwen het geheel tot een levendig en gelaagd erfgoedensemble maken, waarin middeleeuwse wortels, 17de-eeuwse landbouwarchitectuur en 19de-eeuwse residentiële bouwkunst samenkomen. |