| |
|
|
|
| Kasteel T' Serclaes de Biolley |
 |
|
| |
Het domein vindt zijn oorsprong in het Hof ter Capelle, dat tegen het einde van de 14de eeuw in bezit kwam van de abdij van Sint-Geertrui te Leuven. Dit hof maakte deel uit van een uitgestrekt abdijbezit van om en bij de 300 hectare, dat zowel landbouwkundig als economisch van groot belang was voor de abdij. Het Hof ter Capelle fungeerde in deze periode als een centraal beheerd pachthof binnen dit domein en vormde een vaste verblijfplaats voor abdijfunctionarissen bij inspecties en bestuurlijke aangelegenheden.
Aan het einde van de 18de eeuw, in de nadagen van het Ancien Régime, werd op het domein het huidige classicistische kasteel opgericht. Het gebouw diende als buitenverblijf voor de abdij en weerspiegelde de toenmalige architecturale voorkeur voor symmetrie, soberheid en evenwichtige proporties. Het kasteel verving oudere, meer utilitaire bebouwing en markeerde de overgang van een louter agrarisch centrum naar een representatieve residentie.
Tijdens de Franse overheersing werden de kerkelijke goederen aangeslagen en verkocht. In 1798 kwam het kasteel aldus in particuliere handen. In 1853 werd het domein aangekocht door graaf Theodoor-Emile de t’Serclaes de Wommersom, een invloedrijke figuur binnen het Belgische politieke en administratieve leven van de 19de eeuw. Hij was volksvertegenwoordiger en werd in 1857 benoemd tot provinciegouverneur van Limburg, een functie die hij later, vanaf 1873, ook uitoefende in Oost-Vlaanderen. Zijn huwelijk met Marie-Anne de Biolley, dochter van Raymond de Biolley, industrieel, provincieraadslid en senator voor Luik, versterkte de maatschappelijke en politieke positie van de familie. In 1856 werd Theodoor-Emile in de adelstand verheven met de titel van graaf, die in 1871 erfelijk werd verklaard voor al zijn afstammelingen.
Onder zijn bewind kreeg het domein een uitgesproken residentieel en landschappelijk karakter. Het park werd heraangelegd volgens de plannen van de gerenommeerde tuinarchitect Louis Fuchs, die het terrein omvormde tot een landschapspark met slingerende dreven, zichtassen en zorgvuldig geplaatste boomgroepen, in overeenstemming met de 19de-eeuwse romantische parkopvattingen. In 1882 werd in een zijvleugel van het kasteel een private kapel ingericht, wat wijst op het blijvende belang van religieuze devotie binnen de adellijke wooncultuur. Tegen het einde van de 19de eeuw werden de oorspronkelijke stallingen aangepast en omgevormd tot een koetshuis, aangepast aan de veranderende mobiliteits- en comforteisen van die tijd.
In latere jaren ging het eigendom over naar de burggrafelijke familie de Biolley, waarmee het domein in dezelfde familiale en sociale sfeer bleef functioneren. Het kasteel en zijn park vormen vandaag een gelaagd historisch geheel, waarin de sporen van abdijbezit, adellijke bewoning en 19de-eeuwse landschapskunst nog duidelijk afleesbaar zijn.
|
| |
Gemeente Lubbeek
Kasteel niet toegankelijk
|
| |
|
|
|
|